Hoe schrijf ik mijn PK-Historie
Als een patient in ons EPCEL-Ne discussieforum vraagt om informatie,
commentaar en/of suggesties is het handig, zoal niet nodig, dat er iets
over de historie van zijn prostaatkanker (PK) verteld wordt. Een lange
doorlopende text waarin de belangrijke gegevens verteld worden is lastig
en tijdrovend. We willen in een oogopslag, in een of enkele regels zien
wat de hoofdgegevens zijn. We doen dit het beste in de vorm van een
zogenaamde PK-Historie, kortweg PKH.
We houden het hier op een minimale vorm.
NAAM (GEBOORTEJAAR)
Theo Groenen (1942)
JAAR/MAAND van DIAGNOSE en basis (begin) PSA
Theo Groenen (1942)
Dx: 1999/5; bPSA 7,3
De "punt komma" (semicolon) kan eventueel gebruikt worden om stukjes
informatie van elkaar te scheiden.
PROSTAAT VOLUME (PV)
wordt aangegeven in cubieke centimeters (ccm) of mililiter (ml).
Normale inhouden liggen tussen 18 ccm en 25 ccm. Echter hogere waarden
komen ook vaak voor. Bijvoorbeeld 60 cc. Bij zeer hoge waarden is er
sprake van hyperplasie, een vergrote prostaat, hetgeen op zichzelf niets
met kanker te maken heeft. De PV bepaling is d.m.v. transrectale ultrasoon
(TRUS), een techniek waarbij ook een beeld van de prostaat wordt gemaakt
en waarop soms een tumor te onderscheiden is.
Theo Groenen (1942)
Dx 1999/5; bPSA 7.3; PV 22
KLINISCH STADIUM (Eng. Clinical Stage) volgens TNM classificatie.
T=Tumor, N=Nodule (lypheklieren), M=Metastase
Elk van deze drie krijgt een cijfer. Voorbeelden T3N1M0 en T2bN0M0
Het T cijfer zegt iets over de uitgebreidheid van de tumor in de prostsaat.
N0 betekent geen uitzaaing naar lympheklieren (nodules).
N+, N1 of N2 betekent uitzaaing naar lympheklieren, het cijfer zegt
iets of de mate. Indien dit laatste niet goed geschat kan worden, wordt
een + teken gebruikt.
M1, M2 betekent: er zijn PK tumoren in andere organen of botten
M0 betekent: geen PK tumoren in andere organen of botten
Uw uroloog kan vertellen wat uw TNM stadium is.
Theo Groenen (1942)
Dx 1999/5; bPSA 7.3; PV 22; T3N+M0
GLEASON SCORE (GS) of in plaats daarvan de GRAAD (G)
(Een maat voor agressiviteit).
Deze wordt bepaald door de patholoog. Daartoe doet de uroloog een biopsie,
waarbij met holle naalden stukjes uit de prostaat worden gestanst en
die vervolgens door de patholoog in "wasblokken" worden geprepareerd
en onder een microskoop bekeken worden. De wasblokken blijven jarenlang
bewaard. De patholoog schrijft een rapport aan de uroloog en vermeld
onder andere de Gleason Score, b.v. GS(3+5), dan wel de WGO Graad, b.v.
GIII (WGO = wereld-gezondheids-organisatie).
Inderdaad, de GS bestaat uit 2 cijfers, elk zijnde 2, 3, ,4 of 5. Het
eerste cijfer is toegekend aan die PK cellen waarvan er de meeste onder
de microscoop gezien worden, het tweede cijfer aan die PK cellen die
als tweede het meest voorkomen. Daarom is bijvoorbeeld GS(5+3) een slechtere
uitslag dan GS(3+5) , hoewel beide 8 opleveren.
De GRAAD kan zijn: G1, G2 of G3, ook wel geschreven als GI, GII, GIII.
Theo Groenen (1942)
Dx 1999/5; bPSA 7.3; PV 22; T3N+M0 GS(3+5) of GIII
Met deze Dx opgave wordt in een oogopslag heel veel duidelijk. Natuurlijk
kan meer informatie en toelichting gegeven worden in de vorm van beschrijving.
Wat hierna kan volgen is een opgave over de behandeling (eng. Treatment),
verkort aangegeven met Tx (Therapie, Treatment). Elk begin en elke verandering
van Tx moet met een datum voorzien zijn:
Theo Groenen (1942)
Dx: 1999/5; bPSA 7.3; PV 22; T3N+M0 GIII
Tx: 1999/5/10 Casodex; 1999/5/22 ADT2(L+C)
In aansluiting kan eventueel nog een PSA tabel volgen in het volgende
formaat:
yyyy/mm/dd|PSA
1999/09/xx|124 Start AB2(Casodex 50mg + Zoladex)
1999/xx/xx|14.0
2000/02/29|50.0 Stop Casodex
2001/12/14|75.0
enz.
Wil de Jongh
