Prostaatkanker historie

Afkortingen


PK    Prostaatkanker
PKH    PK-Historie (Engels: PCD = Prostate Cancer Digest)
     
Bx    Biopsie
Dx    Diagnose
Tx    Therapie
Rx    Recept
Prostaatcellen, ook PK-cellen, hebben testosteron (T) nodig voor celdeling.
Testosteron is een van de androgenen, hormonen waarvan de man er tien maal meer heeft dan de vrouw. 90% van de androgenen bestaat uit T, dat hoofdzakelijk in de testikels geproduceerd wordt. De andere 10% van het T worden in de prostaat zelf gevormd uit androgenen die in de bijnieren geproduceerd worden. Als PK is uitgezaaid kan de groei van de PK lange tijd in toom worden gehouden door de produktie van T te blokkeren d.m.v. chirurgische kastratie dan wel chemische kastratie d.m.v. een maandelijkse of drie-maandelijkse spuit van een z.g. LHRH-agonist.

AA    Antiandrogeen, blokkeert werking van androgenen
b.v. Casodex, Flutamide, Anandron en Androcur, alle in de vorm van tabletjes
LHRH-A    Leutinizing Hormone-Releasing Hormone Agonist.
Blokkeert de productie van testosteron in testikels
b.v. Lucrin Depot, Suprefact en Zolalex, alle in de vorm van een-maandelijkse of drie-maandelijkse spuit of inplantaat.
AB    Androgeenblokkade van productie en/of werking
Andere gebruikte afkortingen in plaats van AB
ADT = Androgeen-Deprivatie(onttrekkings)-Therapie
HB = Homoonblokkade, HT = Hormoontherapie
AB2    Een AB met twee medicijnen
b.v. Suprefact en Casodex
AB3    Een AB met drie medicijnen
b.v. AB3(S+C+P), Suprefact en Casodex en Proscar
RP    Radikale Prostatectomie =
operatieve verwijdering van de prostaat
Brachy    Brachytherapie (interne bestraling met radioactieve naaldjes)
EBRT    Extrerne beam(bundel) radiotherapie
     

Hoe schrijf ik mijn PK-Historie


Als een patient in ons EPCEL-Ne discussieforum vraagt om informatie, commentaar en/of suggesties is het handig, zoal niet nodig, dat er iets over de historie van zijn prostaatkanker (PK) verteld wordt. Een lange doorlopende text waarin de belangrijke gegevens verteld worden is lastig en tijdrovend. We willen in een oogopslag, in een of enkele regels zien wat de hoofdgegevens zijn. We doen dit het beste in de vorm van een zogenaamde PK-Historie, kortweg PKH.

We houden het hier op een minimale vorm.

NAAM (GEBOORTEJAAR)
Theo Groenen (1942)

JAAR/MAAND van DIAGNOSE en basis (begin) PSA
Theo Groenen (1942)
Dx: 1999/5; bPSA 7,3

De "punt komma" (semicolon) kan eventueel gebruikt worden om stukjes informatie van elkaar te scheiden.

PROSTAAT VOLUME (PV)
wordt aangegeven in cubieke centimeters (ccm) of mililiter (ml).
Normale inhouden liggen tussen 18 ccm en 25 ccm. Echter hogere waarden komen ook vaak voor. Bijvoorbeeld 60 cc. Bij zeer hoge waarden is er sprake van hyperplasie, een vergrote prostaat, hetgeen op zichzelf niets met kanker te maken heeft. De PV bepaling is d.m.v. transrectale ultrasoon (TRUS), een techniek waarbij ook een beeld van de prostaat wordt gemaakt en waarop soms een tumor te onderscheiden is.
Theo Groenen (1942)
Dx 1999/5; bPSA 7.3; PV 22

KLINISCH STADIUM (Eng. Clinical Stage) volgens TNM classificatie.
T=Tumor, N=Nodule (lypheklieren), M=Metastase
Elk van deze drie krijgt een cijfer. Voorbeelden T3N1M0 en T2bN0M0

Het T cijfer zegt iets over de uitgebreidheid van de tumor in de prostsaat.

N0 betekent geen uitzaaing naar lympheklieren (nodules).
N+, N1 of N2 betekent uitzaaing naar lympheklieren, het cijfer zegt iets of de mate. Indien dit laatste niet goed geschat kan worden, wordt een + teken gebruikt.

M1, M2 betekent: er zijn PK tumoren in andere organen of botten
M0 betekent: geen PK tumoren in andere organen of botten

Uw uroloog kan vertellen wat uw TNM stadium is.

Theo Groenen (1942)
Dx 1999/5; bPSA 7.3; PV 22; T3N+M0

GLEASON SCORE (GS) of in plaats daarvan de GRAAD (G)
(Een maat voor agressiviteit).
Deze wordt bepaald door de patholoog. Daartoe doet de uroloog een biopsie, waarbij met holle naalden stukjes uit de prostaat worden gestanst en die vervolgens door de patholoog in "wasblokken" worden geprepareerd en onder een microskoop bekeken worden. De wasblokken blijven jarenlang bewaard. De patholoog schrijft een rapport aan de uroloog en vermeld onder andere de Gleason Score, b.v. GS(3+5), dan wel de WGO Graad, b.v. GIII (WGO = wereld-gezondheids-organisatie).
Inderdaad, de GS bestaat uit 2 cijfers, elk zijnde 2, 3, ,4 of 5. Het eerste cijfer is toegekend aan die PK cellen waarvan er de meeste onder de microscoop gezien worden, het tweede cijfer aan die PK cellen die als tweede het meest voorkomen. Daarom is bijvoorbeeld GS(5+3) een slechtere uitslag dan GS(3+5) , hoewel beide 8 opleveren.
De GRAAD kan zijn: G1, G2 of G3, ook wel geschreven als GI, GII, GIII.
Theo Groenen (1942)
Dx 1999/5; bPSA 7.3; PV 22; T3N+M0 GS(3+5) of GIII

Met deze Dx opgave wordt in een oogopslag heel veel duidelijk. Natuurlijk kan meer informatie en toelichting gegeven worden in de vorm van beschrijving.

Wat hierna kan volgen is een opgave over de behandeling (eng. Treatment), verkort aangegeven met Tx (Therapie, Treatment). Elk begin en elke verandering van Tx moet met een datum voorzien zijn:

Theo Groenen (1942)
Dx: 1999/5; bPSA 7.3; PV 22; T3N+M0 GIII
Tx: 1999/5/10 Casodex; 1999/5/22 ADT2(L+C)

In aansluiting kan eventueel nog een PSA tabel volgen in het volgende formaat:

yyyy/mm/dd|PSA
1999/09/xx|124 Start AB2(Casodex 50mg + Zoladex)
1999/xx/xx|14.0
2000/02/29|50.0 Stop Casodex
2001/12/14|75.0
enz.

Wil de Jongh
---